may  

 

clublogo  
   
  
 

Tocht Nederland – Griekenland
Piet en Cor

  1. Duitsland
  2. Oostenrijk
  3. Slovenië
  4. Kroatië
  5. Montenegro
  6. Albanië
  7. Griekenland
  8. Kosevo
  9. Montenegro (2e keer)
  10. Servië
  11. Herzegovina
  12. Bosnië
  13. Roemenië
  14. Slovenië (2e keer)
  15. Oostenrijk (2e keer)
  16. Duistland (2e keer)

 

cor1                 cor2

Op 13 mei vertrokken we bij Nobis in Asten, uitgezwaaid door Bert, Ton en Hein, met de toertocht op de Garmin uitgezet richting Griekenland. Tot Regensburg in Duitsland hebben we op de autobaan gereden en vandaar via binnenwegen naar Griekenland. Regensburg deed haar naam eer aan, want daar aangekomen begon het te regenen. We zijn doorgereden tot in de buurt van Landschut en hebben daar heerlijk in een gasthof geslapen. De volgende ochtend begon met regen, en de Seekarech’s pas was met dit
weer onmogelijk te berijden, vandaar dat we de Tauerntunnel hebben genomen.

cor3

Na de sokken nog eens uitgewrongen te hebben, verwelkomde het zonnetje ons toen we Slovenië binnenreden via Jubliana over de prachtige Sloveense heuvels en valleien. Die avond vonden we een vriendelijk gastverblijf waar de motoren op het overdekte balkon op de 1e verdieping mochten staan. De gastvrijheid was overweldigend, zeer goed diner en een uitgebreid ontbijt. De bedoeling was de Plivic meren (een van de zeven wereldwonderen) te gaan bezoeken, maar al vrij vlug viel de regen met bakken uit de hemel. Wat volgens de lokale bevolking wel 3 dagen zou duren. Vandaar dat we zijn doorgereden. Met af en toe een bakkie in onze regenkleding, en op handschoenen en sokken na bleven we mooi droog (goede regenkleding is toch wel fijn). Om een uur of vijf verscheen het zonnetje en toen we ’s avonds in Makarska (Kroatië) de haven binnenreden, kwam er een man op ’n brommertje aan en riep: “Room, room 100 meter.” We moesten hem volgen, kris kras door het stadje de berg op. Eenmaal daar aangekomen bood hij ons een kamer aan met overdekt balkon waar we onze kleren konden drogen. Na in de haven ons ontbijt te hebben genuttigd zijn we via de kustweg naar Dubrofnik gereden.

cor4

Ik was benieuwd of de stad gedateerd uit 400 jaar na Christus ongeschonden de oorlog was doorgekomen. Dit was gelukkig het geval. We vervolgde onze route richting Montenegro, en ontmoette allerlei mensen die langs de weg versnaperingen aanboden, zoals fruit, noten en vijgen. Deze avond sliepen we in Zelemica, waar wederom een man ons in de auto voorreed tot aan de plaats van bestemming. Blij met elke gast, ook hier een verblijf met ‘n overdekt balkon voor de motor. Maandag 17 mei, de dag begon zonder regen! We zijn het meer rondgereden en stonden verbaasd over de hoeveelheid water die vanuit een opening in de berg het meer instroomde. Via de kustweg reden we richting Albanië. Toen we grens passeerde begon het helaas weer zachtjes te regenen. Bij het tankstation waren alleen droge koeken te koop en zat er een 6-tal jongeren te niksen. Met veel belangstelling voor onze motoren, vertelden ze dat er over 1 jaar een nieuwe weg zou zijn, maar nu dus nog niet…

cor5

De eerste 40 km waren zo slecht dat we er 3 uur over hebben gedaan, en dat rijdend door één grote vuilnisbelt, echt ongelooflijk! Daarna reden we 100 km over ‘n nieuwe asfaltweg met om de 15 km een snelheidscontrole. De Albanezen reden gewoon door ondanks de stoptekens van de politie (wij brave Nederlanders hielden ons netjes aan de stopgebaren). ’s Avonds arriveerden we bij de kustplaats Durras waar we in ’n hotel hebben geslapen.

cor6

Ook hier was het strand een grote rotzooi, ongelooflijk!!! In de ochtend vervolgde we onze trip door Albanië onder ’n stralend zonnetje. De weg was erbarmelijk slecht, de veren onder mijn zadel werden heet van het op en neer springen.
Nadat we het stadje Berat gepasseerd waren werd de weg steeds slechter en slechter, zodat we stapvoets reden totdat er op ’n moment geen doorkomen meer aan was. Daar hebben besloten om terug te rijden en een ander route te kiezen. De nieuwe route was ook niet een van de beste wegen, maar de grote gaten (potholes) ontwijkend was het te doen.

cor7

We kwamen voorbij een olieveld met jaknikkers die de olie uit de grond pompten. De olievervuiling was enorm, we zagen sloten vol met olie, en een meer keek er zwart van. En de penetrante geur van olie drong onze neusgaten binnen… Met zonsondergang bereikte we Griekenland via een prachtige asfaltweg met heerlijke bochten. Toen we stopten om ’n overnachting te zoeken werd er meteen gebeld door een lokale kroegeigenaar en konden we 200 m verderop bij twee oudjes een kamer met ontbijt krijgen. Hier logeerde ook een Engelsman, die hier voor de vijfde keer met zijn zoon op vakantie was. Zij gaven ons veel informatie, en wisten onder andere te vertellen dat je heerlijk kon eten in de taverne iets verder op. Daar waren ook Duitssprekende Grieken aanwezig, die hun kritiek op Athene niet onder stoelen of banken staken.

 

cor8

De plaatselijke pastoor had het grootste woord. De volgende ochtend werden we verwelkomd door een heerlijk zonnetje en na nog wat nagebabbeld te hebben met de Engelsman, zijn we de berg opgereden om de Grand Canyon van Europa te bekijken. Dit betekende een hoge klim in de 1e versnelling met vele haarspeldbochten tussen de koeien en paarden door om de 1000 meter diepe ravijn te bezichtigen. Later op de dag zijn we binnendoor richting Patras gereden door bergen en valleien. Om het schiereiland te bereiken reden we via een prachtige en indrukwekkende brug van ongeveer 10 km lang richting het HD terrein. Daar aangekomen hebben we onze tent opgezet en al snel ontmoette Thieu Konings uit Asten en hebben we gezellig een potje bier gedronken.

cor9

De volgende dag zijn we in volle zon, zonder bepakking, richting Olympia gereden via een prachtig berglandschap waar we na 80 km op de plaats van bestemming aankwamen. Onderweg was een man ’n schaap aan het slachten onder een notenboom en Oma hield de kippen op afstand.

cor10

In Olympia bezochten we het Olympisch terrein waar 760 jaar voor Chr. de eerste Olympische sprintkampioenschappen gehouden werden. Na de sprint aangegaan te zijn met een enkele lieftallige meisjes weten we niet wie uiteindelijk gewonnen zou hebben (al waren mijn kansen groot gezien de topzwaarte mijn tegenstandster). Het geeft een indrukwekkend gevoel als je op zo’n oude startbaan staat beseffende dat hier 2750 jaar geleden al sprintwedstrijden gehouden werden. In de middag vervolgden we onze rit naar het zuiden van het schiereiland, maar ineens sloeg het weer om en besloten we om terug te gaan naar Patras. Al snel moest het regenpak weer tevoorschijn komen. Onderweg nog wat oponthoud door stakende Grieken die de weg blokkeerden en felle discussies voerden. In Patras was het nog droog maar later in de avond viel de regen met bakken uit de hemel en dit hield pas in de morgen op.

cor11

Vanwege de modder konden we met moeite onze tent verlaten. Het was onmogelijk om de motor te verplaatsen, want we zakten 10 cm weg in de klei. Later op de dag hebben ze een nieuwe weg aangelegd, zodat we de volgende dag weer op weg konden. Daar hebben we gretig gebruik van gemaakt en een prachtige bergrit gereden van ca. 170 km. Onderweg kwamen we een stel tegen uit Breda die een rondreis aan het maken waren. De man murmelend: ‘wat zou ik trots zijn op mezelf, als ik dit zo zou kunnen (ondertussen onze motoren bekijkend)’.

De Superrally zelf was zeer matig georganiseerd en onder niveau. De ligging aan het strand was wel zeer uniek en mooi. Na de Superrally verlaten te hebben zijn we via een kustweg richting Athene gereden. Onderweg kwamen we een 100 m diep gegraven kanaal tegen, een verbinding tussen twee zeeën. Een van de dorpjes die we passeerden was Traio, waar mannen in groepje koffie drinken terwijl de vrouwen achter vuilniswagens liepen. We overnachtten in het dorpje Germeno aan zee, vernoemd naar magische geitenmelk (zie foto). Hier aten met ondergaande zon, en op zo’n moment zou het leuk zijn geweest als Nelly en Marion erbij waren geweest. Maar je kunt niet alles hebben! De volgende ochtend waaide de deur op de 1e etage per ongeluk op slot, zodat we niet meer bij onze spullen konden komen. Gelukkig kwam de lokale brandweer net op tijd langs en kon via het balkon de deur weer open gemaakt worden. Het weer werd steeds mooier. Met zo’n 25 graden zijn we via Delfoi, waar je Patras aan de overzijde kunt zien liggen, over de bergen aangekomen in een enorme vallei bij Podrnai. De volgende ochtend weer vroeg op de motor richting Meteora.

cor12

Zeer indrukwekkend, eigenlijk ongelooflijk, hoe ze de kloosters en huizen op de 100 m hoge rotsen hebben kunnen bouwen. Het was hier ook erg toeristisch, de foto’s spreken, al zie je maar de helft van wat onze ogen zagen. We vervolgden onze route, de lunch bestaande uit kersen, perziken, en tomaten die verkrijgbaar waren langs de weg.

cor13

De prachtige bermen met klaprozen, distels en andere kleurrijke planten zijn zeer mooi en hier en daar wordt de berm voorzien van een klein kapelletje (zie foto). Die avond reden we Macedonië binnen en hadden er op dit moment 4250 km op zitten. We sliepen in Pailep, een klein stadje met een centrum dat krioelde van de mensen die af en aan liepen. De overnachting bij de autoverhuurder was perfect en zeer gastvrij.

De nieuwe dag bracht weer veel moois. Wat opviel waren de ijverige boeren die massaal op het land aan het werk waren in Macedonië. De grens over naar Kosovo gaf een grote verandering, het was een grote bouwput vol stof en overal werd aan de weg gewerkt. De lunch in de luxe tuin bij een hotel was een aangename afleiding. Toen we de grens in Servië wilden passeren werden we teruggestuurd omdat we een stempel van Kosovo in ons paspoort hadden staan. De weg terug voerde ons langs een stuwmeer via Lec naar Montenegro. In Pec hebben we overnacht en aan de politie gevraagd wat de beste optie was om Servië binnen te komen, maar ze wisten het ook niet! We zijn gewoon doorgereden en via de Jablanicia pas (1830 m), weer op de geplande route naar Rozai uitgekomen. Het was een schitterende bergrit met ontelbare haarspeldbochten. Boven op de pas kwamen we 2 wandelaars uit Engeland tegen die van Portugal naar Turkije liepen.

In Montenegro aangekomen kregen we een lunch aangeboden door ’n man die helemaal enthousiast reageerde. Hij (K1 specialist) was in Nederland en Duitsland geweest en wilde wat terug doen. Een student wilde een TV reportage van ons maken maar de cameraman was spoorloos, dus dat ging niet door. We hebben gerefereerd naar onze website zodat ze dit verslag kunnen nalezen. Onze mooie tocht vervolgend tussen de bergen en lagergelegen water, lukte het nu wel om via de grens Servië binnen te komen, nadat door de stempel van Kosovo een stempel geannuleerd werd gezet….

Ook hier weer enorm veel afval langs de weg en in de rivier. We sliepen in ‘n motel voor € 15,- p.p. en het ontbijt wat we buiten nuttigden uitkijkend over het meer kostte slechts € 0,50 p.p. In de ochtend om 8 uur al paspoort controle en om 9 uur kregen we al een verbaal voor inhalen! De 2 politiemannen spraken geen Duits en geen Engels. Op papier schreven ze 150-300, maar nadat we € 50,- lieten zien was het snel geregeld en konden we de reis voortzetten. Jammer genoeg was het maken van een foto niet toegestaan. In Sarejevo stond een flatgebouw met een groot gat erin, daarnaast waren ook vele kogelgaten te zien in huizen. De volgende overnachting was in een luxe hotel met een zeer lekkere pepersteak en ’n flesje rode wijn. Richting Hersecovina zagen we meer armoede, maar minder rotzooi. Via Bosnië zijn we naar Romenië gereden waar de wegen zeer hobbelig waren en de asfalt met een schop geëgaliseerd was. Piet was in extase van een Bolaris, welke aan het werk was en zei: “Daar zou ik nog wel eens dag mee willen rijden”. Op het moment dat we weer in Slovenië kwamen we weer in een voor ons ‘normale wereld’ en was de trip eigenlijk voltooid. De rit naar huis via de snelweg voor lief nemend om na 6800 km weer thuis te arriveren.
Al met al een zeer mooie trip met elke dag verrassingen!

Voor meer foto’s kijk op onderstaande link:


http://www.mijnalbum.nl/Album=PMSYYOSA

Groet, Piet en Cor